De Franse Antillen op een paar vleugelslagen van België!

Print Email

Verblijf in GUADELOUPE van Dominique en haar man van 5/2/2020 tot 16/2/2020

Raadpleeg de vaccinatie-aanbevelingen voor GUADELOUPE

Dag 1

's Morgens gaan we in Charleroi aan boord van een toestel van een nieuwe luchtvaartmaatschappij dat rechtstreeks naar Martinique en Guadeloupe vliegt zonder tussenlanding in Parijs Orly.
We komen rond 18.00 uur aan in Point à Pitre en halen een auto op waarmee we in ons eigen tempo gedurende tien geweldige dagen door de parel van de Franse Antillen kunnen rijden.
Een beetje aardrijkskunde voordat je jezelf in de bijzonderheden van dit eiland onderdompelt.
Guadeloupe wordt ook wel het ‚vlindereiland’ (île papillon) genoemd, omdat het bestaat uit twee grote eilanden, GRANDE TERRE in het oosten en BASSE TERRE in het westen, die vanuit de lucht gezien de vorm van een vlinder hebben. In de buurt van deze twee regio's zijn er nog een paar verborgen eilanden met sprookjesachtige namen zoals Les Saintes, Marie-Galante en La Désirade. Ze hebben samen een oppervlakte van bijna 1.628 km² en tellen 402.119 inwoners. De munteenheid is de euro, de hoofdstad Pointe à Pitre en het tijdsverschil is vijf of zes uur, afhankelijk van het seizoen. De bevolking bestaat voornamelijk uit creolen en mensen die de grote stad ontvlucht zijn om in dit kleine paradijs van het geluk te proeven.

 

Dag 2

Ons avontuur begint in LE GOSIER, een kleine badplaats ten zuiden van GRANDE TERRE, onze thuisbasis voor onze eerste week in Guadeloupe. Deze stad met 27.000 inwoners dankt zijn naam aan een pelikanenras dat door de inwoners ‚keelgaten’ (gosiers) wordt genoemd, en ligt op amper tien kilometer van de hoofdstad. De stranden zijn hemels en we ontdekken bij toeval op een paar meter van ons op het strand onze eerste leguanen die helemaal niet onder de indruk lijken te zijn van de aanwezigheid van mensen.

 

Dag 3 en 4

Op de tweede dag volgen we de zuidkust van Le Gosier tot in onze eerste stop in Saint Anne. Hier ontdekken we de mooiste stranden van het eiland, met wit zand en omzoomd met kokospalmen, en de creoolse markt met aroma's van rum en kruiden.

 

 

We gaan door richting Saint François waar we de vissershaven, de jachthaven en de talrijke kleine visrestaurants langs de zee ontdekken. 's Middags gaan we verder richting La Pointe des Châteaux, het schiereiland dat het meest in de Atlantische Oceaan uitsteekt - een grootse, ongerepte site, die aan bepaalde Bretonse landschappen doet denken. Het panorama van kliffen en een woelige zee is fantastisch.
Op de derde dag trekken we verder naar het noorden en stoppen we bij Le Moule, een niet-toeristische haven toegelegd op de handel in suikerriet, die aan het begin van de twintigste eeuw vijf ‚centrale’ fabrieken bezat.

We gaan door naar het centrum van BASSE TERRE waar we de beroemde begraafplaats Morne-à-l'Eau bewonderen, die aan de ingang van de stad in de vorm van een amfitheater tegen de flank van een heuvel ligt.

 

Het hoogtepunt van de dag: we begeven ons naar het uiterste noorden van het eiland, waar we ons vergapen aan een site genaamd La Porte d'Enfer, een soort fjord aan beide kanten begrensd door kliffen waarop een zee in smaragd en azuurblauwe tinten uiteenspat. Op ongeveer tien kilometer afstand ligt La Grande Vigie, het hoogste uitkijkpunt in het noorden, 84 meter boven de zee. Het uitzicht over de opeenvolging van omsloten inhammen tussen de uitstekende punten van de kust is adembenemend.

Dag 5

Het weer is bewolkt en daarom besluiten we om naar Point à Pitre te gaan, waar we beginnen met een bezoek aan de ACTe Memorial, het Caraïbisch Centrum voor de beschrijving van en de herinnering aan de slavenhandel en slavernij. De tentoonstelling is een modern multimediaal parcours met spectaculaire en interessante scenografieën ... en is de omweg waard!
De middag staat in het teken van een bezoek aan de oude wijken van de hoofdstad en de typische koloniale houten huizen uit de negentiende eeuw met metalen constructies bestaande uit smeedijzeren balusters en balustrades.

Dag 6 en 7

We verlaten ons hotel om ons naar onze nieuwe bestemming in BASSE TERRE te begeven. Na veertig minuten rijden langs de kust komen we aan in DESHAIES, dat door de creolen als ‚Déhé’ wordt uitgesproken. Deze charmante kleine badplaats ligt in het noordwesten van het eiland, vlakbij een van de mooiste stranden van het eiland, Grande-Anse. De eerste avond hier eten we in een voortreffelijk visrestaurant ouassous, kabeljauwbeignets en kipcolombo’s op het strand van deze charmante plek.

 

De volgende dag bezoeken we de beroemde Botanische Tuin en Dierentuin van Deshaies, die op het voormalige landgoed van Coluche is aangelegd. Een zeer goed onderhouden gebied en een bezoek dat je niet mag missen. ’s Middags lekker luieren op het strand van Grande-Anse.

Dag 8

Opstaan om 5.30 uur en dan richting Trois Rivières, in het uiterste zuiden van BASSE TERRE, waar we inschepen naar LES SAINTES, of Terre-de-Haut om precies te zijn. Deze kleine archipel concentreert het beste van Guadeloupe: prachtige stranden, weelderige landschappen, een uitzonderlijke zeebodem en het Fort Napoleon met zijn museum van populaire kunst en tradities.

 

Dag 9 et 10

De eerste dag staat in het teken van het oversteken van de Route de la Traversée, waardoor je het tropische regenwoud van west naar oost kunt ontdekken, met haltes bij het Parc des Mamelles en de Ecrevisses-waterval.
De dag erop keren we terug naar het noorden, met name naar Sainte Rose, waar we het dorp en de markt bezoeken en 's middags een boot nemen om de Grand Cul-de-Sac Marin te ontdekken. Deze baai speelt een essentiële ecologische rol en is rijk aan biodiversiteit: mangroven, woestijneilandjes, scheepswrakken, zandbanken, koraalformaties, zeegrasvelden, kwekerijen voor weekdieren, vissen, schaaldieren en trekvogels.

SABE.MIS.20.01.0041a